Bekijk de veelgestelde vragen over de Wet Bopz (bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen) en over de Wzd (Wet zorg en dwang). De Wet zorg en dwang vervangt vanaf 1 januari 2020 de Wet Bopz.

Bopz

De cliënt vormt, als gevolg van zijn of haar geestesstoornis, een gevaar voor zichzelf of de omgeving. Dit gevaar is met 24-uurszorg niet te voorkomen. Het gevaar bestaat uit:

  • Het toebrengen van ernstig lichamelijk letsel bij, of levensberoving van zichzelf of een ander
  • Maatschappelijk te gronde gaan
  • Verwaarlozing van zichzelf of van iemand die aan de zorg van de cliënt is toevertrouwd
  • Met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproepen
  • De psychische gezondheid van anderen schaden
  • Gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen
  • Ander gevaar

Bij het indienen van een Bopz-aanvraag, geeft u aan van welk gevaar sprake is bij deze specifieke cliënt. Ook licht u toe waarom opname op een Bopz-aangemerkte zorginstelling (waar vrijheidsbeperkende maatregelen genomen kunnen worden) nodig is.

Het advies is om de Bopz-toets ongeveer acht weken voor opname aan te vragen. Een Bopz-toets wordt niet afgenomen ten behoeve van de plaatsing op een wachtlijst.

Artikel 60 Bopz beschermt de rechten van de cliënt. Gedwongen opname via artikel 60 gebeurt alleen als de cliënt geen bereidheid noch verzet toont tegen de opname of het verblijf. De mening van de cliënt wordt daarbij zorgvuldig betrokken. Zijn of haar mening kan aan verandering onderhevig zijn. Daarom is het van belang om niet te veel tijd te laten verstrijken tussen de uitvoering van de Bopz-toets en feitelijke opname in een Bopz-aangemerkte afdeling.

Bij het CIZ merken we dat veel zorgaanbieders een Bopz-aanvraag doen ver voordat een Bopz-status daadwerkelijk noodzakelijk is. Dit is in strijd met de bedoeling van de wet Bopz en de rechten van de cliënt die daarin worden beschermd.

Een Bopz-aangemerkte afdeling is een speciale woonplek in een zorginstelling of verpleeghuis, waar de behandelaar maatregelen kan nemen om voor de cliënt gevaarlijke situaties te voorkomen. Een voorbeeld is het sluiten van de deur als er een gevaar is voor verdwalen. Voorbeelden van gevaarlijke situaties zijn: verwaarlozing door onvoldoende goede zorg voor zichzelf en woonomgeving en het veroorzaken van overlast.

 

In de periode van een aanvraag voor een Bopz-toets, kunnen hulpverleners een cliënt opnemen als daar een noodzaak toe is. Als de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) over de afwezigheid van een Bopz-toets in die periode vragen stelt, zal de hulpverlener moeten aantonen dat een aanvraag bij het CIZ is gedaan en kan hij/zij zich verder beroepen op de bepalingen in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO).

Een Bopz kan alleen ongedaan worden gemaakt als de houding van de cliënt is veranderd ten opzichte van de eerder afgenomen Bopz. Bij bereidheid komt de Bopz te vervallen. Bij constatering van verzet moet een rechterlijke machtiging (rm) aangevraagd worden.

Een Bopz kan niet worden ingetrokken. De Bopz-status is in de huidige wetgeving gekoppeld aan een opname op een Bopz-aangemerkte afdeling. Indien een cliënt naar een afdeling verhuist die niet Bopz aangemerkt is, dan vervalt de status.

De Bopz-indicatie kent geen eigen ‘geldigheidsduur’. De status van de Bopz kan wél na verloop van tijd vervallen wanneer de houding van de cliënt verandert.

Een voorbeeld: Als het CIZ heeft geconstateerd dat een cliënt noch bereidheid, noch verzet heeft getoond ten aanzien van een opname maar tijdens de wachttijd voor opname of tijdens de opname daar toch ‘verzet’ tegen toont (de omgeving van de cliënt, hulpverleners en/of de wachtlijstbeheerder kunnen dit opmerken), moet de Bopz-status opnieuw door het CIZ worden vastgesteld.

Nee, een rm of ibs heeft niet als eis dat er eerst een Bopz-toets moet zijn geweest. Het onderzoek is of wordt dan door andere instanties gedaan, onafhankelijk en losstaand van een Bopz-toets.

In principe verloopt alle communicatie over de aanvraag via de cliënt en/of wettelijk vertegenwoordiger. Wel kan de uitkomst gedeeld worden met een zorgaanbieder. Het hangt van het soort aanvraag af op welke manier dit gebeurt.

Losse Bopz-toets

Doet een zorgaanbieder namens de cliënt een losse Bopz-aanvraag? Dan kan het CIZ de uitkomst van de Bopz-toets per brief aan deze zorgaanbieder communiceren. Als de zorgaanvrager ook de voorkeursaanbieder is, dan ontvangt hij standaard een brief met een kopiebrief van het besluit. De uitkomst van een losse Bopz-toets kan niet via iWlz verstuurd worden.

Heeft de zorgaanbieder die de zorg gaat leveren niet zelf de Bopz-aanvraag gedaan? Dan kan hij het Bopz-besluit schriftelijk of telefonisch opvragen. Hij ontvangt dan een kopie van de besluitbrief.

Gecombineerde Bopz-/Wlz-aanvraag

Bij een gecombineerde Bopz-/Wlz-aanvraag wordt de Bopz-status (samen met het Wlz-besluit) via iWlz aan de zorgaanbieder gecommuniceerd. Dit gebeurt alleen als de Bopz-aanvraag als eerste wordt afgerond. Ook de zorgaanbieder die de zorg gaat leveren ontvangt de Bopz-status via iWlz. Het is ook mogelijk om de informatie over de status per brief te ontvangen.

Een Bopz-toets is geen voorwaarde voordat middelen en maatregelen toegepast kunnen worden. Indien de Bopz-toets nog niet heeft plaatsgevonden kan onder de WGBO door middel van informed consent van partner/kinderen/gemachtigde de noodzakelijke zorg ingezet worden.

Een aanvraag voor een Bopz-toets kan los worden gedaan, of in combinatie met een Wlz-aanvraag.

Als de cliënt tussen de 12 en 18 jaar is, dan tekent:

  • Bij wettelijke vertegenwoordiging:
    • Ouder. De handtekening van één ouder is voldoende
    • Voogd. Deze heeft het gezag over het kind, omdat beide ouders niet (meer) in staat zijn om voor het kind te zorgen. Stuur een bewijsstuk van de Rechterlijke uitspraak mee
  • Bij ondertoezichtstelling:
    • Ouder (als zij het gezag over het kind hebben behouden). De handtekening van één ouder is voldoende
    • Voogd. Deze heeft het gezag over het kind nadat de ouders uit het ouderlijk gezag zijn ontzet. Stuur een bewijsstuk van de Rechterlijke uitspraak mee

Als de cliënt ouder is dan 18 jaar, dan mogen tekenen:

  • De partner, (groot)ouder, (klein)kind, broer of zus van de cliënt. Een machtiging is niet noodzakelijk.
  • Bij wettelijke vertegenwoordiging:
    • Mentor. Deze persoon behartigt de persoonlijke belangen van iemand die dat zelf niet meer kan. (Persoonlijke belangen gaan niet over geld en goederen. Een bewindvoerder mag dus niet namens de cliënt de aanvraag ondertekenen). Stuur een bewijsstuk van de Rechterlijke uitspraak mee
    • Curator. Iemand die onder curatele is gesteld, heeft geen handelingsbevoegdheid. De cliënt mag en kan dan alleen met toestemming van een curator rechtshandelingen verrichten. Stuur een bewijsstuk van de Rechterlijke uitspraak mee. Controle in het Centraal curatele- en bewindregister is ook mogelijk
  • Bij een volmacht of levenstestament:
    • De persoon die in de volmacht of het levenstestament is aangesteld als vertegenwoordiger van de cliënt. Stuur een kopie van de volmacht of het levenstestament mee

Informatie over de Wet zorg en dwang

De Wet zorg en dwang geldt voor cliënten die vanwege hun psychogeriatrische aandoening, verstandelijke handicap of daaraan gelijkgestelde aandoening zijn aangewezen op zorg. Dit geldt voor cliënten die zijn opgenomen (met een Wlz-indicatie) en cliënten die thuis wonen. Lees meer over een Wlz-indicatie.

  • Het gedrag van de cliënt als gevolg van zijn psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, dan wel als gevolg van een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie daarvan, leidt tot ernstig nadeel;
  • De opname en het verblijf of de voortzetting van het verblijf is noodzakelijk om het ernstige nadeel te voorkomen of af te wenden (subsidiariteit);
  • De opname en het verblijf of de voorzetting van het verblijf is geschikt om het ernstige nadeel te voorkomen of af te wenden (doelmatigheid), en
  • Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstige nadeel te voorkomen of af te wenden (proportionaliteit).

In het kort: de opname en het verblijf moet noodzakelijk en geschikt zijn om het ernstig nadeel af te kunnen wenden, waarbij de opname en het verblijf in redelijke verhouding tot het doel daarvan staat.

Onvrijwillige zorg kan verleend worden als dat noodzakelijk is om ‘ernstig nadeel’ te voorkomen. De Wzd omschrijft ernstig nadeel als ‘het bestaan van of het ernstig risico op’:

  • levensgevaar voor de cliënt of iemand anders;
  • ernstig lichamelijk letsel voor de cliënt of iemand anders;
  • ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade voor de cliënt of iemand anders;
  • ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang van de cliënt of iemand anders;
  • ernstig verstoorde ontwikkeling van de cliënt of iemand anders;
  • bedreiging van de veiligheid van de cliënt al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt;
  • de situatie dat de cliënt met hinderlijk bedrag agressie van anderen oproept;
  • de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Als u vragen heeft kunt u ons dat laten weten via wzd@ciz.nl.
Meer informatie vindt u op de website www.dwangindezorg.nl van het Ministerie van VWS.

Het CIZ en de Wzd

Binnen de Wet zorg en dwang heeft het CIZ taken met betrekking tot opname en verblijf. Het CIZ onderzoekt bij een aanvraag voor opname en verblijf, net als bij de Wet Bopz, eerst of er bij de cliënt sprake is van ernstig nadeel (of een aanzienlijk risico hierop) als gevolg van een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke beperking. Daarnaast wordt zorgvuldig onderzocht of opname en het verblijf noodzakelijk en geschikt is om het ernstig nadeel af te kunnen wenden. Ook wordt onderzocht of er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn voor het verlenen van onvrijwillige zorg. Vervolgens geeft het CIZ een besluit tot opname en verblijf af. Dit gebeurt wanneer de cliënt tijdens een gesprek geen blijk geeft van de nodige bereidheid tot opname en verblijf in een accommodatie, maar zich daartegen ook niet verzet. 

De nieuwe taken die het CIZ heeft binnen de Wet zorg en dwang hebben te maken met opname en verblijf via een rechterlijke machtiging, verlenging inbewaringstelling of een voorwaardelijke machtiging.  Het Wzd-team beoordeelt de aanvragen voor verschillende machtigingen en besluit vervolgens of er een verzoekschrift bij de rechter wordt ingediend. Het is de rechter die uiteindelijk beslist of een machtiging daadwerkelijk wordt afgegeven. Daarnaast geeft het Wzd-team schriftelijk advies aan de officier van justitie die een verzoek tot een rechterlijke machtiging in het kader van de Wet forensische zorg (Wfz) voorbereidt.

Nee, het CIZ heeft geen eigen crisisdienst. Het CIZ beoordeelt alleen of er een verzoekschrift voor een verlenging van een inbewaringstelling bij de rechter moet worden ingediend.

Onvrijwillige opname in een accommodatie is in crisissituaties mogelijk zonder rechterlijke machtiging. Er is dan een beschikking tot inbewaringstelling nodig. Deze wordt afgegeven door de burgemeester, net als in de huidige situatie. Op dezelfde dag informeert hij  het CIZ hierover.

Het CIZ oordeelt vervolgens of er is voldaan aan de voorwaarden voor het afgeven van een machtiging tot verlenging van de inbewaringstelling.

Als dat het geval is, dient het CIZ een verzoekschrift in voor een verlenging van de inbewaringstelling bij de rechter.

Een medische verklaring is nodig bij het aanvragen van een (verlenging van een) rechterlijke en een voorwaardelijke machtiging. De medische verklaring moet worden opgesteld worden door een ter zake deskundige arts.

Een ter zake deskundige arts is een:

  • AVG (arts verstandelijk gehandicapten) bij de VG doelgroep
  • SO (specialist ouderengeneeskunde) bij de PG doelgroep
  • psychiater bij beide doelgroepen

Het CIZ stelt zelf geen medische verklaring op.

Wzd-aanvraag doen

In dit overzicht, op de tweede pagina, ziet u wie een aanvraag mag indienen bij het CIZ.

Het CIZ neemt uw aanvraag graag snel en zorgvuldig in behandeling. U kunt ons helpen door met het aanvraagformulier alle informatie mee te sturen. In dit overzicht ziet u welke informatie wij bij welk type aanvraag nodig hebben. 

Bij de aanvraag van een besluit opname en verblijf (art. 21) verloopt alle correspondentie via de aanvrager. Zodra er een besluit is genomen ontvangt de cliënt een kopie van de besluitbrief.

Bij de aanvraag van een rechterlijke machtiging, voorwaardelijke machtiging of beslissing van de rechter na opname op basis van een voorwaardelijke machtiging, verloopt alle correspondentie via de aanvrager. In die gevallen ontvangt de cliënt geen kopie van de correspondentie.

Bij deze aanvragen stuurt het CIZ een verzoekschrift aan de rechter. De rechter hoort de cliënt en informeert betrokkenen over zijn beslissing.

Nee, dat kan niet. De Wet zorg en dwang gaat in per 1 januari 2020.

Tot die tijd kunt u aanvragen indienen op de manier die u bent gewend:

  • Aanvragen voor een Bopz artikel 60 toets kunt u bij het CIZ doen.
  • Aanvragen voor diverse rechterlijke machtigingen lopen via het OM. Het OM behandelt aanvragen met een poststempel tot en met 31 december 2019.

Bestaande Bopz artikel 60 indicaties na invoering Wzd

Art. 60 Bopz besluiten worden per 1 januari 2020 van rechtswege omgezet in een Wzd-besluit artikel 21. Deze besluiten blijven 5 jaar geldig (t/m 31-12-2024). Het CIZ zet deze besluiten om, u hoeft hier niets voor te doen. U ontvangt hiervan geen apart bericht of een brief. 

Wzd: na een besluit tot opname en verblijf (art. 21)

Nee, dat is niet mogelijk. Als u een bezwaar stuurt naar het CIZ ontvangt u een brief en wordt de aanvraag waarover het bezwaar gaat, afgebroken.

U kunt wel een klacht indienen over het gedrag van een CIZ-medewerker of als een medewerker nalatig is geweest.

Wzd: na een besluit van de rechter

Een cliënt moet binnen vier weken na de dagtekening van de rechterlijke machtiging opgenomen worden. Als dat binnen die tijd niet lukt, vervalt de rechterlijke machtiging en moet er een nieuw verzoek ingediend worden. (Dit staat beschreven in artikel 39 lid 7 Wzd.)

Het CIZ heeft geen rol bij het opnemen van een cliënt met een rechterlijke machtiging.

Tegen de beslissing van het CIZ om wel of niet een verzoekschrift in te dienen bij de rechter, staat geen bezwaar en beroep open. Ook is het niet mogelijk om in hoger beroep te gaat tegen de beslissing van de rechter om al dan niet een machtiging te verlenen. Het is alleen mogelijk om bij de Hoge Raad in cassatie te gaan tegen de uitspraak van de rechter.

Wat is de status van mijn aanvraag?

Als uw aanvraag in goede orde is ontvangen, sturen wij u een ontvangstbevestiging. Daarnaast ontvangt u van het CIZ een brief met daarin het telefoonnummer van uw contactpersoon. Heeft u deze brief nog niet ontvangen? Neem dan contact op met het CIZ via 088-789 10 00. Lees meer

Veelgestelde vragen