Bekijk de veelgestelde vragen over de Wet Bopz (bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen).

Het advies is om de Bopz-toets ongeveer zes weken voor opname aan te vragen. Een Bopz-toets wordt niet afgenomen ten behoeve van de plaatsing op een wachtlijst.

Artikel 60 Bopz beschermt de rechten van de cliënt. Gedwongen opname via artikel 60 gebeurt alleen als de cliënt geen bereidheid noch verzet toont tegen de opname of het verblijf. De mening van de cliënt wordt daarbij zorgvuldig betrokken. Zijn of haar mening kan aan verandering onderhevig zijn. Daarom is het van belang om niet te veel tijd te laten verstrijken tussen de uitvoering van de Bopz-toets en feitelijke opname in een Bopz-aangemerkte afdeling.

Bij het CIZ merken we dat veel zorgaanbieders een Bopz-aanvraag doen ver voordat een Bopz-status daadwerkelijk noodzakelijk is. Dit is in strijd met de bedoeling van de wet Bopz en de rechten van de cliënt die daarin worden beschermd.

In de periode van een aanvraag voor een Bopz-toets, kunnen hulpverleners een cliënt opnemen als daar een noodzaak toe is. Als de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) over de afwezigheid van een Bopz-toets in die periode vragen stelt, zal de hulpverlener moeten aantonen dat een aanvraag bij het CIZ is gedaan en kan hij/zij zich verder beroepen op de bepalingen in de WGBO.

Een Bopz kan alleen ongedaan worden gemaakt als de houding van de cliënt is veranderd ten opzichte van de eerder afgenomen Bopz. Bij bereidheid komt de Bopz te vervallen. Bij constatering van verzet moet een rechterlijke machtiging (rm) aangevraagd worden.

Een Bopz kan niet worden ingetrokken. De Bopz-status is in de huidige wetgeving gekoppeld aan een opname op een Bopz-aangemerkte afdeling. Indien een cliënt naar een afdeling verhuist die niet Bopz aangemerkt is, dan vervalt de status.

De Bopz-indicatie kent geen eigen ‘geldigheidsduur’. De status van de Bopz kan wél na verloop van tijd vervallen wanneer de houding van de cliënt verandert.

Een voorbeeld: Als het CIZ heeft geconstateerd dat een cliënt noch bereidheid, noch verzet heeft getoond ten aanzien van een opname maar tijdens de wachttijd voor opname of tijdens de opname daar toch ‘verzet’ tegen toont (de omgeving van de cliënt, hulpverleners en/of de wachtlijstbeheerder kunnen dit opmerken), moet de Bopz-status opnieuw door het CIZ worden vastgesteld.

Nee, een rm of ibs heeft niet als eis dat er eerst een Bopz-toets moet zijn geweest. Het onderzoek is of wordt dan door andere instanties gedaan, onafhankelijk en losstaand van een Bopz-toets.

Een transferverpleegkundige of zorgaanbieder doet namens de cliënt een aanvraag. Alle communicatie over deze aanvraag gaat via de cliënt en/of wettelijk vertegenwoordiger. Het CIZ stuurt daarom alleen de Bopz-brief naar de cliënt en/of wettelijk vertegenwoordiger. Daarop is één uitzondering: indien een aanvraag wordt gedaan voor een zorgprofiel in combinatie met een Bopz, dan wordt de uitkomst van de Bopz-toets ook verstuurd naar deze aanvragende zorgaanbieder.

Een Bopz-toets is geen voorwaarde voordat middelen en maatregelen toegepast kunnen worden. Indien de Bopz-toets nog niet heeft plaatsgevonden kan onder de WGBO door middel van informed consent van partner/kinderen/gemachtigde de noodzakelijke zorg ingezet worden.

Handtekening

Een aanvraag voor een Bopz-toets kan los worden gedaan, of in combinatie met een Wlz-aanvraag.

Als de cliënt tussen de 12 en 18 jaar is, dan tekent:

  • Bij wettelijke vertegenwoordiging:
    • Ouder. De handtekening van één ouder is voldoende
    • Voogd. Deze heeft het gezag over het kind, omdat beide ouders niet (meer) in staat zijn om voor het kind te zorgen. Stuur een bewijsstuk van de Rechterlijke uitspraak mee
  • Bij ondertoezichtstelling:
    • Ouder (als zij het gezag over het kind hebben behouden). De handtekening van één ouder is voldoende
    • Voogd. Deze heeft het gezag over het kind nadat de ouders uit het ouderlijk gezag zijn ontzet. Stuur een bewijsstuk van de Rechterlijke uitspraak mee

Als de cliënt ouder is dan 18 jaar, dan mogen tekenen:

  • Partner of kind van de cliënt. Een machtiging is niet noodzakelijk.
  • Bij wettelijke vertegenwoordiging:
    • Mentor. Deze persoon behartigt de persoonlijke belangen van iemand die dat zelf niet meer kan. (Persoonlijke belangen gaan niet over geld en goederen. Een bewindvoerder mag dus niet namens de cliënt de aanvraag ondertekenen). Stuur een bewijsstuk van de Rechterlijke uitspraak mee
    • Curator. Iemand die onder curatele is gesteld, heeft geen handelingsbevoegdheid. De cliënt mag en kan dan alleen met toestemming van een curator rechtshandelingen verrichten. Stuur een bewijsstuk van de Rechterlijke uitspraak mee. Controle in het Centraal curatele- en bewindregister is ook mogelijk
  • Bij een volmacht of levenstestament:
    • De persoon die in de volmacht of het levenstestament is aangesteld als vertegenwoordiger van de cliënt. Stuur een kopie van de volmacht of het levenstestament mee

Hoe lang mag het CIZ over een aanvraag doen?

Het CIZ heeft (in principe) zes weken de tijd om een reguliere aanvraag voor zorg vanuit de Wlz af te handelen. Wanneer er sprake is van een aanvraag in het kader van bijzondere omstandigheden, dan heeft het CIZ twee weken de tijd om de aanvraag af te handelen.

Veelgestelde vragen