Per 1 januari 2017 valt het Eerstelijns verblijf (ELV) onder de Zorgverzekeringswet. Het CIZ indiceert hier vanaf 2017 dan ook niet meer voor. De zorgverzekeraars zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het eerstelijns verblijf.

Eerstelijns verblijf (ELV) is de zorg en opvang voor (vaak oudere) patiënten die vanwege medische redenen tijdelijk niet thuis kunnen wonen. Per 1 januari wordt deze zorg betaald vanuit de basisverzekering van de Zorgverzekeringswet (Zvw).

De huisarts of de medisch specialist beslist of iemand in aanmerking komt voor ELV. Vaak gaat het om mensen die na een ziekenhuisopname moeten herstellen in een verzorgings- of verpleeghuis. Of mensen die om welke reden dan ook tijdelijk niet thuis kunnen wonen.

Patiënten die vóór 1 januari al gebruik maakten van ELV hoeven geen actie te ondernemen, de zorg blijft namelijk bij dezelfde zorgverlener. Iedereen die na 1 januari 2017 gebruik gaat maken van ELV kan onder de verantwoordelijkheid van de huisarts (soms via wijkverpleging) of medische specialist (vaak via de transferverpleegkundige) worden doorgestuurd wanneer de medische noodzaak tot verblijf door hen is vastgesteld.

Hoe lang mag het CIZ over een aanvraag doen?

Het CIZ heeft zes weken de tijd om een reguliere aanvraag voor zorg vanuit de Wlz af te handelen. Wanneer er sprake is van een aanvraag in het kader van bijzondere omstandigheden, dan heeft het CIZ twee weken de tijd om de aanvraag af te handelen.

Veelgestelde vragen