Bekijk de veelgestelde vragen over de Wet zorg en dwang (Wzd). De Wet zorg en dwang vervangt sinds 1 januari 2020 de Wet Bopz.

De Wet zorg en dwang (Wzd) regelt hoe en wanneer een cliënt onvrijwillige zorg krijgt of onvrijwillig opgenomen kan worden. Onvrijwillige zorg of opname mag volgens de Wzd alleen als het écht niet anders kan. Een onvrijwillige opname mag alleen in een instelling die geregistreerd staat. Wij noemen dit een Wzd-geregistreerde accommodatie.

De Wet zorg en dwang (Wzd) is er voor mensen die zorg nodig hebben en een verstandelijke beperking of psychogeriatrische aandoening (zoals dementie) hebben. De Wzd kan onder voorwaarden ook gelden voor mensen met een zogenaamde ‘gelijkgestelde aandoening’. Gelijkgestelde aandoeningen zijn het syndroom van Korsakov, de ziekte van Huntington en niet-aangeboren hersenletsel.

In de Wet zorg en dwang staat dat er ernstig nadeel is als er (een grote kans is op) bijvoorbeeld verwonding of levensgevaar. Er is ook sprake van ernstig nadeel als de cliënt zichzelf verwaarloost of financieel in de problemen raakt. Of als hij agressie bij anderen oproept.

Heeft u nog vragen? Neem dan gerust contact met ons op. Wij helpen u graag. Voor zorgaanbieders en ketenpartners is er een speciaal Wzd-telefoonnummer en e-mailadres : 088 789 3000 en wzd@ciz.nl. Heeft u vragen over de artikel 21 procedure? Deze kunt u stellen via 088 - 789 1000 en info@ciz.nl.  

Wzd-aanvraag doen

In dit overzicht, op de tweede pagina, ziet u wie een aanvraag mag indienen bij het CIZ.

Het CIZ neemt uw aanvraag graag snel en zorgvuldig in behandeling. U kunt ons helpen door met het aanvraagformulier alle informatie mee te sturen. In dit overzicht ziet u welke informatie wij bij welk type aanvraag nodig hebben. 

Wilt u een aanvraag doen voor een cliënt voor een besluit tot opname en verblijf, een rechterlijke machtiging of een voorwaardelijke machtiging? In de wet staat beschreven wie de aanvraag mag doen, zonder dat het nodig is een machtingsformulier in te vullen. In dit overzicht kunt u zien wie bevoegd is om een aanvraag te doen. Hieronder een toelichting met betrekking tot de zorgaanbieders.

Aanvraag voor een besluit tot opname en verblijf (art. 21)

Als de cliënt al is opgenomen in een accommodatie geldt dat elke zorgaanbieder die de cliënt zorg verleent een aanvraag mag doen. Een accommodatie is bijvoorbeeld een ziekenhuis, zorginstelling of revalidatiecentrum. Een huisarts of een casemanager dementie is ook een zorgaanbieder die de cliënt zorg verleent. Zij mogen dus ook een aanvraag doen als de cliënt is opgenomen. Het is dan niet nodig een machtigingsformulier in te vullen en mee te sturen.

Als de cliënt nog niet is opgenomen geldt dat de zorgaanbieder niet zomaar een aanvraag kan doen. Alleen bevoegde personen zoals die in het overzicht genoemd worden, kunnen een aanvraag doen. Een van deze personen kan wel een machtigingsformulier invullen zodat de zorgaanbieder de aanvraag mag doen.

Aanvraag voor een rechterlijke machtiging en een voorwaardelijke machtiging

Bij deze aanvragen kan de zorgaanbieder die de cliënt feitelijk zorg verleent de aanvraag doen. Ook als de cliënt nog thuis woont. Het is dan niet nodig een machtigingsformulier in te vullen en mee te sturen. De zorgaanbieder die de cliënt feitelijk zorg verleent kan onder andere de huisarts, casemanager dementie of de wijkverpleegkundige zijn. Het is wel van belang dat de zorgaanbieder die de aanvraag doet daadwerkelijk zorg verleent aan de cliënt en dat dit beroepsmatig is.

Bij onvrijwillige opname moet er sprake zijn van (een grote kans op) ernstig nadeel voor de cliënt. Bijvoorbeeld als de cliënt zichzelf verwaarloost of financieel in de problemen raakt. Door een  onderbouwing van het ernstig nadeel kunnen wij ons onderzoek zorgvuldig  doen. U kunt onderstaande punten beschrijven voor een goede onderbouwing:

  • het gedrag van de cliënt dat leidt tot ernstig nadeel als gevolg van een psychogeriatrische aandoening (zoals dementie) of verstandelijke handicap. En waar het ernstig nadeel uit bestaat.
  • de diagnose die bij de cliënt is gesteld en de relevante stoornissen en beperkingen die leiden tot ernstig nadeel. Geef ook aan door wie de diagnose is gesteld en op welke datum.
  • waarom opname of voortzetting van het verblijf noodzakelijk en geschikt is om het ernstig nadeel ,dat u heeft beschreven, te voorkomen of te stoppen. Geef daarbij aan welke minder ingrijpende mogelijkheden dan opname er zijn geprobeerd of overwogen.

Een medische verklaring is een document dat wordt opgesteld door een onafhankelijke ter zake kundige arts. Deze arts is niet bij de behandeling van uw cliënt betrokken. In de medische verklaring staat of er in het geval van uw cliënt wordt voldaan aan de criteria voor een rechterlijke machtiging of een voorwaardelijke machtiging.

In het geval van een rechterlijke machtiging stelt de arts een diagnose en concludeert of hij een opname voor uw cliënt noodzakelijk en geschikt vindt.

In het geval van een voorwaardelijke machtiging stelt de arts een diagnose en concludeert of opname van uw cliënt voorkomen kan worden door het stellen van voorwaarden.

Het CIZ vraagt om een medische verklaring als:

  • U een (verlenging van een) rechterlijke machtiging of een voorwaardelijke machtiging aanvraagt;
  • U een aanvraag heeft gedaan voor een besluit tot opname en verblijf (artikel 21) en uw cliënt of zijn vertegenwoordiger wil geen opname (er is verzet). In dit geval hebben wij de medische verklaring binnen 1 week nodig.

Een medische verklaring is nodig bij het aanvragen van een (verlenging van een) rechterlijke en een voorwaardelijke machtiging. De medische verklaring moet opgesteld worden door een ter zake kundige arts. Deze kan verbonden zijn aan de zorgaanbieder waar de cliënt is opgenomen. Deze arts is niet bij de behandeling van de cliënt betrokken. Het CIZ stelt zelf geen medische verklaring op.

Een ter zake kundige arts is een:

  • AVG (Arts Verstandelijk Gehandicapten)
  • SO (Specialist Ouderengeneeskunde)
  • Psychiater

Een format van de medische verklaring kunt u downloaden op www.dwangindezorg.nl.

In de Wet zorg en dwang staat dat uit de medische verklaring in elk geval moet blijken:

  1. dat er sprake is van onvrijwilligheid, zoals bedoeld in artikel 24, tweede lid, en waaruit deze onvrijwilligheid bestaat’
  2. dat er sprake is van gedrag van de cliënt als gevolg van zijn psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap of een gelijkgestelde aandoening, dan wel als gevolg van een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie daarvan, dat leidt tot ernstig nadeel;
  3. dat de opname en het verblijf of de voortzetting van het verblijf noodzakelijk is om het ernstige nadeel te voorkomen of af te wenden;
  4. dat de opname en het verblijf of de voortzetting van het verblijf geschikt is om het ernstige nadeel te voorkomen of af te wenden, en
  5. dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om het ernstige nadeel te voorkomen of af te wenden.

Het contact bij de aanvraag van een besluit tot opname en verblijf (art. 21) loopt via de aanvrager. Zodra er een besluit is genomen ontvangt de cliënt een kopie van de besluitbrief. Als de cliënt al is opgenomen, ontvangt de zorgaanbieder ook een kopie van de besluitbrief.

Bij de aanvraag van een rechterlijke machtiging, voorwaardelijke machtiging of beslissing van de rechter na opname op basis van een voorwaardelijke machtiging, verloopt het contact via de aanvrager. In deze gevallen ontvangt de cliënt geen kopie van de correspondentie. Bij deze aanvragen vraagt het CIZ de rechter een beslissing te nemen. De rechter gaat in gesprek met de cliënt en andere belanghebbenden. Hij informeert hen ook over zijn beslissing.

Ja, dat kan als het noodzakelijk is en in het belang van de cliënt dat hij meteen opgenomen wordt. Denk bijvoorbeeld aan een cliënt die vanuit het ziekenhuis verhuist naar een zorginstelling. Zorgaanbieders mogen een cliënt al opnemen zodra er een aanvraag voor een besluit tot opname en verblijf (art. 21 Wzd) bij ons is gedaan. Wij handelen de aanvraag dan binnen 2 weken af. Dit is afgesproken met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Als de IGJ in de tussentijd vragen stelt over de opname, moet u kunnen aantonen dat u voor de cliënt een aanvraag heeft gedaan bij het CIZ.

Als de geldigheidsduur van de rechterlijke machtiging (RM) van uw cliënt bijna verstreken is en hij zich niet meer verzet, dan kunt u een besluit tot opname en verblijf (artikel 21 Wzd) aanvragen bij het CIZ. Deze aanvraag kunt u ongeveer 3 maanden voordat de RM vervalt bij ons indienen.

Tijdens een (digitaal) huisbezoek kunnen wij vaststellen of de cliënt zich toch verzet tegen voortzetting van de opname. Dan behandelen wij de aanvraag als een aanvraag voor een RM. De rechter moet dan een uitspraak doen.

Als er geen sprake is van verzet, geven wij een besluit tot opname en verblijf af. Deze gaat pas in als de RM afloopt. Dat is belangrijk omdat een besluit tot opname en verblijf en een RM niet gelijktijdig kunnen bestaan. Het CIZ kan volgens de wet de uitspraak van de rechter niet overschrijven. Ook kan het CIZ een RM niet zomaar stopzetten.

Het CIZ en de Wzd

Het CIZ beoordeelt de volgende criteria:

  • Hoe de cliënt denkt over opname;
  • Of er sprake is van ernstig nadeel voor de cliënt of zijn omgeving;
  • Of opname noodzakelijk en geschikt is om het ernstig nadeel te voorkomen of te stoppen;
  • En of er minder ingrijpende mogelijkheden dan opname zijn om het ernstig nadeel te voorkomen of te stoppen.

Bij de rechterlijke en voorwaardelijke machtiging verzamelen en beoordelen wij (medische) informatie, zodat de rechter een zorgvuldig besluit kan nemen.

Een cliënt moet binnen vier weken na de afgifte van de rechterlijke machtiging opgenomen worden. Als dat binnen die tijd niet lukt, vervalt de rechterlijke machtiging en moet er een nieuwe aanvraag bij het CIZ ingediend worden. Het CIZ heeft geen rol bij het opnemen van een cliënt met een rechterlijke machtiging.

Onvrijwillige opname zonder rechterlijke machtiging is in een crisissituatie mogelijk. De burgermeester geeft dan een inbewaringstelling af. Op dezelfde dag informeert de burgermeester het CIZ hierover. Het CIZ oordeelt vervolgens of er is voldaan aan de voorwaarden voor het afgeven van een machtiging tot verlenging van de inbewaringstelling. Als dat het geval is, vraagt het CIZ de rechter een beslissing te nemen over de verlenging van de inbewaringstelling. Het CIZ heeft geen eigen crisisdienst.

U kunt geen bezwaar maken of in beroep gaan tegen het besluit van het CIZ. U kunt wel een klacht indienen over hoe de medewerker van het CIZ zijn werk gedaan heeft.

U kunt ook geen bezwaar maken of in hoger beroep gaan tegen het besluit dat de rechter neemt. Wel kunt u in cassatie gaan bij de Hoge Raad of een klacht indienen bij de Rechtspraak.

Personen binnen de Wzd

Dit is de instelling die beroepsmatig zorg verleent aan de cliënt. Het kan gaan om een instelling waar de cliënt al is opgenomen of een organisatie die de zorg voor de cliënt thuis organiseert, zoals een thuiszorgorganisatie. Ook een persoon (of meerdere personen) die bedrijfsmatig zorg verlenen, worden gezien als zorgaanbieder. Mantelzorgers vallen hier niet onder. 

Bij de Wzd is er een verschil tussen de zorgaanbieder die zorg verleent aan een cliënt die al in een accommodatie verblijft en de zorgaanbieder die feitelijk zorg verleent. Dit verschil is belangrijk als het gaat om het doen van een aanvraag voor een besluit tot opname en verblijf of een rechterlijke machtiging.

Aanvraag voor een besluit tot opname en verblijf (art. 21)

Hier gaat het om de zorgaanbieder die de cliënt zorg verleent, voor zover de cliënt al in een accommodatie verblijft. Het kan zijn dat  de zorgaanbieder die de cliënt zorg verleent een ziekenhuis of huisarts is. In dat geval is het ziekenhuis of de huisarts bevoegd een aanvraag te doen. In de praktijk zal de aanvraag vaak door de zorgaanbieder worden gedaan die de cliënt heeft opgenomen. Ook de casemanager dementie kan in dit geval een aanvraag doen.

Aanvraag voor een rechterlijke machtiging

Hier gaat het alleen om de zorgaanbieder die de cliënt feitelijk zorg verleent. De zorgaanbieder die de cliënt feitelijk zorg verleent kan onder andere de huisarts, casemanager dementie of de wijkverpleegkundige zijn. Het gaat erom dat de zorgaanbieder die de aanvraag doet daadwerkelijk zorg verleent aan de cliënt en dat dit beroepsmatig is.

De Wzd-functionaris is de opvolger van de bestaande functie van de Bopz-arts. Hij is een ter zake kundige arts, gezondheidszorgpsycholoog of orthopedagoog-generalist die door de zorgaanbieder is aangewezen. Een Wzd-functionaris beoordeelt het zorgplan en:

  • ziet toe op de inzet van de minst ingrijpende vorm van onvrijwillige zorg;
  • stimuleert de mogelijke afbouw van onvrijwillige zorg;
  • is verantwoordelijk voor de algemene gang van zaken rondom het verlenen van onvrijwillige zorg.

De Wzd-functionaris is zelf ook als zorgverlener werkzaam. In de rol van zorgverlener is hij ook betrokken bij zorgplannen waarin onvrijwillige zorg is opgenomen. Deze zorgplannen mag hij echter niet zelf beoordelen in de rol van Wzd-functionaris. Dat moet een andere Wzd-functionaris doen. Bij de meeste zorgorganisaties zijn daarom meerdere Wzd-functionarissen werkzaam. De Wzd-functionaris kan  in dienst zijn van de zorgorganisatie. Maar dat hoeft niet.

Op dwang in de zorg leest u meer in het Profiel Wzd-functionaris.

Een ter zake kundige arts is een arts met speciale kennis van mensen voor wie de Wet zorg en dwang geldt.

Deze arts is een:

  • AVG (Arts Verstandelijk Gehandicapten)
  • SO (Specialist Ouderengeneeskunde)
  • Psychiater

De ter zake kundige arts kan een medische verklaring opstellen nadat hij de cliënt kort van tevoren heeft onderzocht. Een medische verklaring is nodig bij het aanvragen van een rechterlijke machtiging of een voorwaardelijke machtiging. In de medische verklaring moet komen te staan of er is voldaan aan de criteria voor het afgeven van een rechterlijke machtiging of de voorwaardelijke machtiging. De arts die de medische verklaring opstelt mag ten minste één jaar geen zorg hebben verleend aan de cliënt.

In de Wet zorg en dwang staat dat de zorgaanbieder voor elke cliënt een zorgverantwoordelijke aanwijst. De naam van de zorgverantwoordelijke wordt aan de cliënt of zijn vertegenwoordiger meegedeeld. Als een cliënt zorg ontvangt van meer dan één zorgaanbieder wijzen deze zorgaanbieders gezamenlijk een zorgverantwoordelijke aan. De zorgverantwoordelijke zorgt voor het opstellen, vaststellen, uitvoeren, evalueren en zo nodig periodiek aanpassen van een zorgplan. Hij overlegt hierover met de cliënt of zijn vertegenwoordiger. Na dit overleg stelt de zorgverantwoordelijk zo spoedig mogelijk, maar in elk geval binnen zes weken na aanvang van de zorg, een zorgplan vast. In het zorgplan staan de afspraken met de cliënt of de vertegenwoordiger. De zorgverantwoordelijke spant zich in om de instemming van de cliënt of zijn vertegenwoordiger met het zorgplan te verkrijgen. Daarbij houdt hij zoveel mogelijk rekening met de wensen en voorkeuren van de cliënt.

In de gehandicaptenzorg is de externe deskundige een arts voor verstandelijk gehandicapten, een psychiater, een gezondheidszorgpsycholoog, een orthopedagooggeneralist of een verpleegkundige. In de ouderenzorg zijn dat een specialist ouderengeneeskunde, een psychiater, een gezondheidzorgpsycholoog of een verpleegkundige. Iedere externe deskundige moet aantoonbare ervaring hebben in het voorkomen en afbouwen van onvrijwillige zorg bij cliënten uit de doelgroep waarvoor hij wordt ingeschakeld. Een externe deskundige mag niet in dienst zijn van de zorgaanbieder die de cliënt zorg verleent of daar gedetacheerd zijn en mag ook niet op andere wijze bij de behandeling van de cliënt betrokken zijn.

De vertegenwoordiger van cliënt is degene die de cliënt mag vertegenwoordigen als hij zijn eigen belangen niet meer kan behartigen. Het gaat om:

  • de wettelijk vertegenwoordiger van de cliënt. Als cliënt minderjarig is gaat het meestal om de ouders, als de cliënt meerderjarig is zijn dit de curator of mentor.
  • de persoon die door de cliënt schriftelijk is gemachtigd (in een door de notaris opgestelde volmacht of levenstestament).
  • de partner van de cliënt.
  • een ouder, kind, broer, zus, grootouder of kleinkind van de cliënt.

In de Wet zorg en dwang staat dat een cliënt of zijn vertegenwoordiger een beroep kan doen op een cliëntenvertrouwenspersoon (CVP). De CVP heeft ervaring met de zorgbehoeften van cliënten met een verstandelijke beperking, dementie of  gelijkgestelde aandoeningen. De CVP kan een cliënt of zijn vertegenwoordiger informatie geven en bijstand verlenen bij onvrijwillige zorg, opname en verblijf in een accommodatie. Hij kan ook ondersteunen bij een klachtenprocedure. De CVP is onafhankelijk van de zorgaanbieder, de Wzd-functionaris, de zorgverantwoordelijke en het CIZ. De hulp die de CVP biedt is kosteloos.

Meer informatie over de rol van de CVP staat ook op de website van dwang in de zorg en op www.stichtinglandelijkefaciliteit-cvp.nl

Cliënten kunnen een cliëntondersteuner inschakelen. Deze kan hulp en advies geven bij het aanvragen of organiseren van zorg. Of als er onvrede is over de geboden onvrijwillige zorg, de opname of het verblijf. Cliëntondersteuning is gratis en onafhankelijk. Op onze website leest u meer over cliëntondersteuning.

In de Wet zorg en dwang staat dat een cliënt of zijn vertegenwoordiger een beroep kan doen op een cliëntenvertrouwenspersoon (CVP). Lees meer over de CVP.

Overgang Bopz naar Wzd

Afgegeven Bopz-indicaties worden per 1 januari 2020 omgezet in een Wzd-besluit opname en verblijf. Deze besluiten blijven 5 jaar geldig (t/m 31-12-2024). Het CIZ zet deze besluiten om. U hoeft hier niets voor te doen. U of de cliënt ontvangt hier geen apart bericht over. 

Als u een Bopz-aanvraag heeft ingediend voor 1 januari 2020, wordt deze nog afgehandeld volgens de Wet Bopz. Als het besluit wordt genomen na 1 januari 2020, blijft het besluit 5 jaar geldig (t/m 31-12-2024).

Wie mag mijn Wlz-aanvraag namens mij ondertekenen?

Er zijn meerdere situaties mogelijk. Dit hangt af van uw leeftijd. Lees meer

Veelgestelde vragen